“Un peu de Provence”… De provence staat bekend om haar lavendelvelden, een rustgevend kruid. Het is een relaxed stukje Frankrijk dat warmte en gezelligheid uitstraalt.

Ik kan zo genieten van het geluid van de zomer, het geluid van de cigales, een zalig zomerlied. Een van mijn lievelingsdieren is de cigale (zingcicade). Vooral omdat haar levensverhaal zo bijzonder is. Na een lang leven onder de grond (een jaar of zes, zo ongeveer) verlaten de larven van de cigale in de maand juni de aarde om aan hun leven boven de grond te beginnen.

De nimf zoekt een stengel of wortel van een boom om haar metamorfose te beginnen. De huid van de rug opent zich en dan openbaart zich het nog vochtige, groene lijf en spreidt ze de frêle vleugels uit. En dan is er de zon die het nog natte lijfje droogt. Langzaam verandert de kleur van de cicade van groen naar kastanjebruin, van zwart naar grijs. Het weke lijf wordt hard. Wanner de vleugels goed droog zijn en stijf zijn is het tijd om uit te vliegen en zoekt de cicade toevlucht in een boom.

De mannetjes zingen hun zomerlied: een krassend, raspend geluid. De cigale gebruikt daarvoor niet de mond, maar een ingenieus muziekinstrument, een soort tymbaal: een orgaan dat hij laat vibreren. Hoe hoger de temperatuur, hoe harder het mannetje zingt. Dennenbomen vinden ze ideaal vanwege het sap waarmee ze zich voeden. Op hete dagen in het zuiden van Frankrijk lijkt het alsof er een heel mannenkoor optreedt. Uiteraard kiezen de vrouwtjes voor de beste zanger om zich mee voort te planten. Het vrouwtje legt vervolgens haar bevruchte eitjes onder het schors van een takje. De eitjes vallen op de aarde en de larven graven zich in.

Aan het eind van de zomer, sterven de volwassen cigales, slechts na een leven van een week of zes. De nimfen zullen enkele jaren ondergronds leven en voeden zich met sap van wortels. En ooit, op een mooie dag in juni zullen ze de aarde verlaten voor hun zalige zes weken bovengronds.